Circusleed

Gezondheid/gedrag dieren
Iedereen is waarschijnlijk wel eens in een dierentuin of bij een circus geweest. Daar is vaak te zien hoe dieren als tijgers en leeuwen regelmatig heen-en-weer lopen in hun kooi. Niet voor heel even, maar constant. Dit soort gedrag heet ‘stereotype gedrag’. Dat is eigenlijk een verzamelnaam voor abnormaal gedrag dat ontstaat door gevangenschap, stress en verveling. Dit is ook wel bekend als ‘zoochosis’.

Doordat de dieren in circussen weinig bewegingsvrijheid hebben, veel stress ervaren en zich steeds in een nieuwe omgeving bevinden vertonen zij afwijkend gedrag.

We definiëren hieronder de verschillende soorten afwijkend gedrag:

  1. IJsberen
    Hierbij zal het dier in zijn kooi of op het terrein constant heen en weer lopen. Dit ijsberen kan soms een groot deel van de dag beslaan. Dit is veel voorkomend bij katachtigen en hondachtigen.
  2. Cirkelen
    Dit gedrag betekent dat dieren rondjes lopen en dit vaak in eenzelfde patroon doen. Dit zie je bij katachtigen en neushoorns en is ook wel bij zeezoogdieren waargenomen.
  3. Tongspel
    Het constant likken aan muren, tralies of andere objecten. Veelal gezien bij giraffen.
  4. Obsessief bijten
    Herhalend bijten, zuigen of scheuren van mond tegen tralies e.d. Dit zie je bij o.a. beren en knaagdieren.
  5. Nek draaien
    Het gedrag waarbij het dier zijn hoofd constant draait of naar zijn rug toe gooit. Komt voor bij primaten.
  6. Slingeren
    Op een plek staand met het hoofd zwaaien van links naar rechts of zelfs met het hele lichaam meebewegen. Vaak gezien bij olifanten.
  7. Hoofdknikken
    De hele tijd met het hoofd op en neergaande bewegingen maken. Kan voorkomen bij beren en olifanten.
  8. Schommelen
    Zittend een of twee poten vasthouden en dan heen en weer schommelen. Komt voor bij aapsoorten.
  9. Apathie
    Een toestand van ongevoeligheid voor psychische prikkels. Dit betekent dat het dier niet reageert op de omgeving. Dit verschijnsel doet zich vooral voor bij sociale dieren die alleen gehuisvest worden.
  10. Abnormale moeder-kind relatie
    Dit is gedrag waarbij een moeder een kind van haar aanvalt, verlaat of doodt. Ook valt het stelen van baby’s van andere dieren hieronder, en het onthouden van moedermelk aan een jong.
  11. Langdurig kinderlijk gedrag
    Dieren die niet het gedrag van volwassen dieren maar op latere leeftijd nog kinderlijk gedrag vertonen. Bijvoorbeeld langdurig schreeuwen, geen sociaal gevoel, e.d.
  12. Abnormale agressie
    Agressief gedrag met regelmaat tegen individuen of objecten. Kan komen door overpopulatie, isolatie van andere dieren van dezelfde soort, e.d.
  13. Kotsen/overgeven
    Herhaald kotsen/overgeven en het opeten van het braaksel.
  14. Coprophilia & Coprophagia
    Onnatuurlijk speelgedrag/opgewondenheid en eten van uitwerpselen of het smeren van uitwerpselen op ramen en muren.
  15. Ontsnappingsdrang
    Dit gedrag vertonen dieren vaak vooral als ze net zijn gevangen uit het wild. Ze willen dan ontsnappen en rennen dan bijvoorbeeld overal tegen op waardoor ze zichzelf verwonden.
  16. Afwijkend eetgedrag
    In gevangenschap willen dieren soms niet eten. Hierdoor moeten ze dus vaak onder dwang gevoerd worden. Ook kan een dier juist te veel gaan eten, olifanten zijn hier een berucht voorbeeld van.
  17. Gedrag veroorzaakt door onmogelijke instinctieve reactie
    Hiermee wordt bedoeld dat dieren bijvoorbeeld net doen alsof ze iets eten, omdat ze niet bij voedsel kunnen omdat dat buiten hun bereik ligt. Ze kunnen hun instinct niet uiten in bepaalde situaties.
  18. Zelfverminking / automutilatie
    Dit betreft het toebrengen van wonden door bijvoorbeeld te bijten of kauwen op een arm of een staart of het slaan met het hoofd tegen een muur.
  19. Oververzorging
    In gevangenschap trekken veel dieren veren of haren uit, of ze wassen zichzelf de hele tijd obsessief.
  20. Abnormaal seksueel gedrag
    Dieren die erg seksueel actief zijn, regelmatige masturbatie, geslachtsgemeenschap met vervangende objecten hebben, e.d.


Wat veroorzaakt dit gedrag dan allemaal? Diverse factoren kunnen hieraan ten grondslag liggen:

  • Verwijdering uit natuurlijke omgeving
  • Onmogelijkheid om natuurlijk gedrag te uiten
  • Gedwongen zijn in 1 houding te staan, verveling, frustratie
  • Menselijke controle en verlies van eigen zelfbeschikking
  • Het missen van een sociale groep door gedwongen solitair te moeten leven
  • Medicijnen en medische ingrepen
  • Gevangenschap in een vreemde, steeds wisselende omgeving
  • Kunstmatige omgeving, verlichting, voorspelbaar/eentonig dieet, vreemde geluiden en kleuren
  • In de nabijheid zijn van andere diersoorten en verschillende mensen

Dieren horen daarom niet in circussen thuis, omdat deze geen goed welzijn kunnen bieden aan de dieren en de dieren hierdoor afwijkend gedrag (kunnen) gaan vertonen. Zie ook de filmpjes bij ‘circussen’ voor afwijkend gedrag bij dieren in Nederlandse Circussen.
De dieren kunnen vaak moeilijk terug naar het wild, maar waar moeten ze dan heen? Er zijn in ieder geval veel betere alternatieven voor de dieren dan een circus. Zo kunnen ze naar een dierentuin waar in ieder geval al meer ruimte is. De beste oplossing zou zijn om de dieren in gespecialiseerde opvangcentra te krijgen.

Bronnen:
Oxford onderzoek naar afwijkend gedrag bij dieren

Behandeling van dieren
Hoe krijgt men het voor elkaar dat dieren kunstjes doen? Dat is een goede vraag, want vriendelijk aan de dieren vragen of ze een kunstje willen doen werkt natuurlijk niet. Daarnaast zijn dieren allesbehalve voorspelbaar. En ze doen natuurlijk niet altijd zomaar op commando een kunstje. Dat kan alleen als hen geleerd wordt dat te doen.
Er zijn diverse methoden waarop men dieren iets kan aanleren en waarop men kan zorgen dat ze het ook daadwerkelijk doen:

  • Beloning-methode: een dier krijgt eten als het iets doet of goed doet
  • Onthouding van eten/drinken totdat het dier iets wel doet
  • Slaan van dieren om ze kunstjes te laten doen (gebruik van haken, zwepen e.d.). Men kan door bij trainingen te slaan om de kunstjes aan te leren dieren bang maken voor bepaalde objecten. Bijvoorbeeld als ze angst hebben voor een zweep, dan zullen ze het tijdens de show wel laten om het kunstje niet te doen. Olifanten worden vaak met stokken met haken eraan be(mis)handeld. In de show zie je deze haken niet, omdat men deze onzichtbaar maakt voor het blote oog. Klik hier om meer te lezen over deze haken.
  • Elektrische schokken

En dit alles wordt gedaan om ervoor te zorgen dat de dieren altijd de verzorger gehoorzamen.

Ook de voeding kan te wensen overlaten. Dieren in circussen hebben namelijk niet altijd toegang tot water en voedsel. Daarbij komt dat deze dieren voornamelijk in hun kleine hokken leven waarin ze eten en drinken krijgen. Hun leven speelt zich dus grotendeels in die hokken af. Af en toe mogen ze naar een grotere ruimte, maar dat is meestal alleen om te trainen en om op te treden.

Tijdens het vervoer leven de dieren ook in die hokken. Giraffen moeten tijdens reizen gebogen staan met hun nek. Dat is een zeer onnatuurlijke houding voor hen. Ook andere dieren maken zulke situaties mee tijdens het reizen, waardoor veel stress ontstaat. De dieren staan daarnaast in hokken met hun eigen uitwerpselen.

Op de standplek van het circus zitten leeuwen en tijgers dus in kleine hokken. Olifanten staan vaak op een klein stukje waar ze amper bewegingsruimte hebben, en bij sommige circussen staan ze zelfs aan de ketting. Giraffen e.d. staan ook in kleine stukjes waar ze amper kunnen bewegen. Ook honden en katten zitten in hokken of (honden) aan een ketting. Paarden staan veelal in stallen en hebben geen ruimte of constante bewegingsvrijheid. Bij observatie bij circussen constateerden we dat dieren vrijwel de hele tijd op stal staan, in hun vervoershok of op een zeer klein stuk afgezet terrein. Alleen iets voor de voorstelling en tijdens de voorstelling konden ze wat bewegen. Kortom hebben dieren 80% van de dag niet de ruimte die ze nodig hebben.

Veiligheid leefomgeving
(Wilde) circusdieren kunnen gevaarlijk zijn voor mensen. Zeker de roofdieren en grote dieren als olifanten kunnen gevaarlijk zijn voor mensen in de omgeving. Er zijn al vele incidenten geweest waarbij circusdieren opeens ontsnapten of zich konden vergrijpen aan een omstander of aan de verzorger. Hierbij zijn ook doden gevallen en een hoop gewonden.

Ethisch aspect
De vraag is ook of we dieren wel zo mogen gebruiken voor ons ‘vermaak’. Zeker aangezien de dieren zichtbaar te lijden hebben onder de omstandigheden moeten we ons dit afvragen.
Is het nodig om dieren te gebruiken in een circus? Het antwoord daarop is ‘nee’. Circussen doen het ook goed zonder dieren. Het is alleen een kwestie van welwillendheid en meegaan met de tijd. Het argument van circussen met dieren is dat het een kwestie van traditie is om met dieren te werken. Traditie kan naar onze mening nooit reden zijn om dierenleed goed te praten.

Wet
Nederland heeft geen specifiek beleid of specifieke wet voor circussen. Wel is er een beleid voor dierentuinen. Daarnaast is er nog de algemene dierenwelzijnswet, maar deze bevat geen apart artikel over circussen. De VNCO (vereniging nederlandse circusondernemingen) is momenteel bezig met het opstellen van richtlijnen met betrekking tot dierengebruik. Wij denken dat deze richtlijnen zijn opgesteld als publiciteitsstunt en de regels vooral gericht zijn naar circussen toe. Echter we zouden graag zien dat er ook eens aan de dieren gedacht wordt. En dat de richtlijnen voor de dieren opgesteld worden aan de hand van hun soorteigen gedrag. Echter wanneer circussen dat zouden doen, dan zouden dieren niet meer gebruikt kunnen worden, want een circus kan nou eenmaal dieren niet bieden wat ze minimaal nodig hebben.

Wat willen wij bereiken?
Wij zijn van mening dat dieren in circussen blootgesteld worden aan onnatuurlijke en stressvolle situaties. Wij vinden dat er geen optimale leefomgeving kan worden gecreëerd door circussen en we willen dat dieren per direct verdwijnen uit circussen.